Ontwerpen voor minder koolstof met Ren DeCherney
1/ Welke fouten maken zelfs ervaren designteams het vaakst wanneer het om koolstofneutrale ambities gaat?
De meest voorkomende fout is denken dat alles vanaf dag één juist moet zitten. De cijfers kunnen intimiderend zijn, en ik weet dat dit een publiek forum is dat op YouTube komt te staan. Maar ik moet iets bekennen … Ik kan nog altijd geen EPD aflezen. Ik krijg er de kriebels van, en ik had als designer geen flauw benul waar ik moest beginnen. Dus deed ik maar niets, wat ook niets opleverde natuurlijk. De échte fout is denken dat je niets kunt doen. Vraag fabrikanten of ze de belichaamde koolstof hebben verminderd. Is het antwoord ja? Fantastisch. Vraag ze welke doelen ze hebben ingelost. Vraag ze vervolgens naar hun circulaire aanpak, en hoe je kunt samenwerken wanneer het product aan het einde van zijn eerste leven komt.
2/ Waar vinden we de scorekaarten op het digitale platform?
Je kunt het digitale c2c-platform verkennen op onze website. Ga naar c2ccertified.org en klik op ‘Certified products’ bovenaan. Zo ga je naar het platform. Er is momenteel een bètaversie van de nieuwe visuele scorekaart beschikbaar. De volledige en meer gedetailleerde versie gaat live in januari.
3/ Hoe kunnen koolstofdoelen tot creatieve keuzes leiden zonder de vrijheid van design te beknotten?
Designers beschikken tegenwoordig over veel duurzame opties. Koolstofdoelen beperken de creativiteit dus niet meer. Fabrikanten voldoen aan reductiedoelen en bieden terugnameprogramma’s, wat designers heel wat keuze geeft. Ontwerpen met gerecyclede of circulaire materialen vraagt gewoon om een andere mindset. Je weet niet altijd precies waarmee je zult starten, maar veel designers vinden dat net een leuke, creatieve uitdaging. We worden ingeschakeld om doordachte oplossingen te bedenken en kunnen ons aanpassen. Als we van AutoCAD kunnen overstappen op Revit, dan kunnen we ook circulair design gewoon worden. Er zijn veel geverifieerde koolstofproducten verkrijgbaar, en vaak voor dezelfde prijs.
4/ Vind jij dat designers letten op alle kanten van duurzaamheid wanneer ze een product kiezen, of zijn er aspecten die vaak over het hoofd worden gezien?
Ik zeg altijd tegen designers dat ze niet op alle aspecten van duurzaamheid tegelijkertijd moeten focussen. Kies één domein dat je echt belangrijk vindt en leg je daarop toe. Als je gepassioneerd bent over een thema, dan kom je daar elke dag vanzelf weer op terug. Wie een sterke certificering met meerdere criteria gebruikt, die zit automatisch goed voor de andere duurzaamheidsaspecten. Ik focuste bijvoorbeeld op gezonde grondstoffen. Maar omdat ik werkte met Cradle to Cradle gecertificeerde producten ondersteunde ik ook circulariteit, ecosysteemgezondheid en sociale rechtvaardigheid. Mijn advies is dus simpel: bepaal voor jezelf welk aspect van duurzaamheid jij het belangrijkst vindt. Dat helpt om het overtuigend te verkopen aan je klanten, terwijl het jou ook meer motivatie geeft om te blijven verbeteren. Je hoeft niet alles in één keer te doen. Kies één zinvol startpunt en bouw van daaruit verder.
Ontwerpen met data, bouwen voor impact met Sunita Van Heers
1/ Welke informatie hebben klanten nodig om de echte impact van hun materiaalkeuzes te begrijpen?
Klanten willen duidelijk weten waarom hun keuzes ertoe doen. Regelgeving is een belangrijke drijfveer. De milieu- en koolstofimpact verminderen wordt een wettelijke verplichting. De regels zijn al goedgekeurd op Europees niveau, en de afzonderlijke landen zullen ze elk op hun eigen tempo opleggen. Ze moeten ook inzien dat materiaalkeuzes echte waarde kunnen creëren. De operationele koolstofuitstoot werd al geoptimaliseerd, dus de grootste impact komt nu vaak van materialen. Het hergebruik van vloerbekleding kan bijvoorbeeld gelijkstaan aan vele jaren energieverbruik. Dit helpt klanten om in te zien hoeveel koolstof er in materialen zit en hoeveel ze kunnen uitsparen. Tot slot denken veel klanten dat hergebruik of circulaire oplossingen duurder zijn. Maar dat is niet altijd zo. De kosten zijn afhankelijk van het gebouw. Sommige onderdelen zijn duur om af te breken, en andere niet. Wanneer een oplossing geen hogere kosten meebrengt en duidelijk de koolstofimpact vermindert, dan wordt dat de logische keuze.
2/ De slides vermelden dat hergebruik van het tapijt 13 jaar operationele koolstofimpact vermijdt. Is dat de operationele impact van de vloerbedekking of van het hele gebouw?
Het gaat om de operationele koolstofimpact van het hele gebouw. Het voorbeeld kwam van een kantoorgebouw, waar operationele koolstof het energie- en waterverbruik omvat. Het gebouw was al goed geoptimaliseerd, dus de operationele impact was relatief klein. In dit geval was de koolstofbesparing door het hergebruik van het tapijt gelijk aan zo'n dertien jaar operationele koolstof van het gebouw. Voor een meer energie-intensief gebouw zou de vergelijking er anders uitzien. De berekening is altijd afhankelijk van het specifieke project.
3/ Wat zijn vandaag de grootste datakloven die betrouwbare circulariteitsbeoordelingen in de bouw- of vastgoedsector in de weg staan?
Circulariteit beslaat veel aspecten. Het omvat de uitputting van grondstoffen, maar ook ontmantelingspotentieel en flexibiliteit. Dat bereken je niet zomaar met een eenvoudige rekenformule. Tools zoals de Circularity Value Indicator focussen op de financiële waarde of restwaarde van hergebruik, en niet op volledige circulariteit. Eén grote kloof is de kwaliteit en volledigheid van EPD’s. Sommige EPD’s zijn slechts gedeeltelijk ingevuld, en veel materialen hebben zelfs helemaal geen EPD. Het resultaat is dat databases zich vaak beroepen op algemene voordelen die heel verschillende materialen groeperen. Consistentere EPD’s, allemaal berekend volgens dezelfde Europese normen, zouden de betrouwbaarheid fors verbeteren. Een andere kloof zit ‘m in het begrijpen van circulariteit zelf. Mensen verwachten vaak één duidelijk cijfer, maar circulariteit is complexer dan dat. Neem nu hout … Kruislaaghout (CLT) slaat tijdens zijn levensduur koolstof op. Maar wanneer het hout wordt verbrand, komt die opgeslagen koolstof weer vrij. Je kunt dan niet beweren dat een gebouw koolstofneutraal of koolstofnegatief is, tenzij je zeker weet dat het hout niet wordt verbrand. Dit soort van complexiteit vraagt om een bredere bewustmaking en betere gegevens.
Afval 'uit-designen' met Ella Smith
1/ In welke mate baart de beschikbaarheid van materiaalgegevens zorgen en welke rol speelt het vertrouwen in die data?
De dataset blijft evolueren. De situatie is al heel wat verbeterd sinds we het onderzoek twee jaar geleden hebben gepubliceerd. Voor designteams is het vooral belangrijk om EPD's op te vragen bij fabrikanten en leveranciers. Die documenten geven voor elk materiaal een overzicht van de koolstof- en biodiversiteitsimpact. Als de fabrikanten nog geen EPD hebben opgesteld, moedigt het opvragen ervan hen alvast aan om het proces op te starten. Het is een tijdrovende taak, maar het motiveert veel bedrijven om hun documentatie uit te breiden. En zo kunnen wij weer aan de slag met betere data. Is een specifieke EPD toch niet beschikbaar, dan bestaan er per sector ook standaardwaarden voor de koolstofimpact. Die zijn niet gelinkt aan een bepaald product, maar helpen ons wel te begrijpen welke materiaalfamilies de hoogste koolstofwaarden hebben en waar een daling dus het meest zou opleveren.
2/ Waarom is het ongewoon om met de huurder samen te werken voor zijn interieur? Zou het delen van de originele interieurdata met het team van de huurder een grotere koolstofreductie via circulair design kunnen opleveren?
We werken zelden rechtstreeks met huurders samen, omdat onze kernfocus daar niet ligt. Wij concentreren ons meestal op veel grotere projecten, terwijl huurders eerder in zee gaan met designers die gespecialiseerd zijn in interieurinrichting. Zo ontstaat er een structurele kloof tussen design op eigenaarsniveau en design op huurdersniveau. De connectie tussen beide stadia is miniem, zelfs als we weten welke huurders er uiteindelijk zullen komen. Het blijft een uitdaging om die link te leggen. Er bestaan echter wel opleveringsmodellen die een nauwere samenwerking mogelijk maken. Voor bepaalde projecten legt het team van de klant al huurovereenkomsten vast met grote spelers. In dat geval weet de huurder een of twee jaar vooraf dat hij zijn intrek zal nemen in het gebouw. Zo krijgen wij de kans om het basisdesign af te stemmen op de toekomstige interieurbehoeften. We kunnen dan samenwerken met de designers van de huurder, zodat zij zowel CAT A als CAT B kunnen uitwerken, of we kunnen CAT A ontwerpen voor om gelijk welke latere configuratie van de huurder. De originele interieurdata delen zou inderdaad helpen om de koolstofreductie te vergroten, omdat het team van de huurder dan een concreter vertrekpunt zou hebben voor circulaire strategieën.
3/ Circulariteit en duurzaamheid worden pas interessant voor investeerders en ontwikkelaars als er sprake is van een duidelijke economische waarde. Hoe kan koolstofreductie financieel aantrekkelijk worden in commerciële toepassingen, en welke bedrijfsmodellen ondersteunen dat?
Er is een toenemende interesse van investeerders die specifiek op zoek zijn naar lage koolstofwaarden in hun portefeuille. Huurders staan bovendien onder druk om te voldoen aan de ESG-doelen, waardoor de vraag naar gecertificeerde en aantoonbaar duurzame kantoorgebouwen stijgt. Niet iedereen loopt warm voor koolstofreductie, maar de balans begint over te hellen. De kernprincipes zijn eenvoudig. We moeten minder materialen gebruiken, minder energie-intensieve opties kiezen en die langer benutten en zo veel mogelijk hergebruiken. In theorie zouden die stappen al een kostenbesparing moeten opleveren. Heel wat businessstructuren volgen die logica nog niet, waardoor de implementatie hier en daar mank loopt. Toch zien we het landschap veranderen. Hergebruik wordt de norm in heel wat projecten, en het financiële argument wordt makkelijker naarmate het bedrijfsmodel van de fabrikanten evolueert van het verkopen van nieuwe producten naar het opknappen en certificeren van bestaande producten. Die evolutie heeft een positieve impact op het kostenplaatje, beperkt de hoeveelheid afval en levert betere koolstofprestaties op. De mogelijkheden voor hergebruik na de ontmanteling hangt af van het materiaal in kwestie. Garanties en verzekeringen vormen immers een fikse uitdaging. Voor MEP-uitrusting vervalt de garantie bijvoorbeeld zodra het item wordt losgemaakt van het plafond. Er moet iemand bereid zijn om het te inspecteren en de verantwoordelijkheid te nemen voor de prestaties in de toekomst. Dat zijn reële, maar wellicht tijdelijke struikelblokken. Nu steeds meer fabrikanten het marktpotentieel van refurbishment erkennen, zal het proces ook eenvoudiger worden. Designteams kunnen die verschuiving versnellen door te blijven aandringen op hergebruik, meer duidelijkheid te vragen en vraagtekens te plaatsen bij de gangbare praktijken. Dat die gesprekken steeds vaker plaatsvinden, is al een goed teken.
4/ Hoe kan een fabrikant van vloerbekleding de verborgen koolstofkosten van interieurdesign helpen verlagen? Welke rol spelen productkeuzes in het beperken van afval tijdens de levenscyclus van een ruimte?
De fabrikant kan een grote bijdrage leveren door de koolstofimpact van elke soort vloerbekleding te begrijpen en daar duidelijk over te communiceren. Dat begint bij EPD's voor alle lijnen in het assortiment. Met duidelijke documentatie kunnen fabrikanten aangeven welke onderdelen of processen de hoogste koolstofwaarden hebben en waar er dus ruimte is voor verbetering. Maar een cradle-to-cradleperspectief is minstens zo belangrijk. Dat betekent dat de volledige levenscyclus van de vloerbekleding in aanmerking moet worden genomen, inclusief wat er gebeurt wanneer het product het einde van zijn nuttige levensduur bereikt. Als versleten vloerbekleding kan terugkeren naar de toeleveringsketen als grondstof voor nieuwe producten, dan heeft dat een positieve impact op de hoeveelheid gerecycleerde materialen, de koolstofintensiteit en het materiaalafval. Met andere woorden: de cirkel blijft rond omdat waardevolle bronnen circuleren in plaats van tot afval te worden gereduceerd. Het opzetten van kanalen om bestaande materialen in te zamelen en te verwerken, is een belangrijk onderdeel van dat systeem. Heel wat fabrikanten werken al mee aan recyclage- of terugnameprogramma's en zetten daar nieuwe stappen in. Met doordachte productkeuzes en transparante data kunnen fabrikanten van vloerbekleding een zinvolle rol spelen in het beperken van de verborgen koolstofimpact tijdens de volledige levenscyclus van een ruimte.