De werkplek van toekomstige generaties - Q&A

Strategieën voor kantoordesign met Tim Hatton

1/ Je beklemtoonde uitdagingen zoals geluid, temperatuur en licht, naast het verlangen naar persoonlijke aanpassingen. Hoe geef je prioriteit aan deze factoren wanneer je gebonden bent aan krappe budgetten, strakke deadlines of bouwvoorschriften? 

Omdat het budget beperkt was, moesten we afwegingen maken. Sommige plannen werden dus geschrapt. We baseerden ons op feedback van gebruikers om prioriteiten te bepalen. De focus kwam daardoor te liggen op die factoren die de grootste impact hebben op comfort en welzijn: geluid, temperatuur en verlichting. In plaats van volledige individuele controle te bieden, richtten we ruimtes met verschillende kenmerken in, zodat mensen kunnen kiezen waar ze werken. We onderzochten ook betaalbare ingrepen, zoals een aangepaste schikking van het meubilair om meer privacy te creëren. Zo deden we waardevolle verbeteringen zonder grote extra investering. 

2/ Heb je een voorbeeld van een situatie waarin je moest ingaan tegen de wens van een klant omdat die botste met de globale visie of het welzijn van de gebruiker? Hoe pakte je dat gesprek aan? 

In dit geval was er weinig weerstand, omdat de klant heel ontvankelijk was voor het onderzoek. Er was wel een discussie over de locatie van de vergaderruimtes. De klant had aanvankelijk het idee om die langs de gevel in te richten, om te profiteren van het daglicht. 

We betwistten die visie met de argumenten dat vergaderruimtes minder vaak worden gebruikt én dat je jaloezieën nodig hebt bij gebruik van een scherm, waardoor je uiteindelijk niets meer hebt aan dat daglicht. En dus stelden we voor om die ruimtes meer aan de binnenkant in te richten, zodat het daglicht tot in de open werkruimtes en circulatieruimtes komt, waar mensen het vaakst zitten of rondlopen. 

Zo kan het daglicht meer bijdragen aan het algemene welzijn van de gebruikers. Het was geen moeilijk gesprek, maar we moesten de visie van de klant wel bijsturen van een traditionele oplossing naar een strategie die meer aansluit bij het daadwerkelijke gebruik van de ruimte. 

3/ Als de inrichting van de werkplek al bepalend is voor de interactiepatronen, hoe kunnen designers die impact dan bewust inzetten om bredere maatschappelijke uitdagingen zoals gender, gelijkheid en inclusie aan te pakken, in plaats van alleen te focussen op efficiëntie of samenwerking?

Hiervoor werkten we nauw samen met het toegankelijkheidsteam van ARUP, zodat er vanaf het begin rekening werd gehouden met inclusiviteit. In plaats van te proberen om elke functie op dezelfde manier bruikbaar te maken voor iedereen, legden we de focus op het creëren van betekenisvolle en gelijkwaardige ervaringen. 

Aan de tribunetrap wilden we bijvoorbeeld aanvankelijk een platformlift toevoegen. Maar feedback van toegankelijkheidsexperts en gebruikers leerde ons dat dit niet altijd wenselijk of praktisch is. En dus besloten we om de ruimte zo in te richten dat mensen die op verschillende manieren kunnen ervaren en waarderen, zonder krampachtig op zoek te gaan naar één specifieke oplossing. 

Naast de hoofdtrappen stippelden we ook alternatieve routes uit, zoals een brugstructuur die rolstoelgebruikers helpt om zich door dezelfde centrale ruimte te bewegen. Hoewel niet elke functie direct toegankelijk is, blijft de globale ruimtelijke beleving op die manier wel inclusief en gemeenschappelijk. 

4/ Welke feedback gaf ARUP? En heb je al resultaten van de evaluatie na ingebruikname? 

ARUP verzamelde al wat eerste inzichten na ingebruikname en blijft de resultaten opvolgen. Eén belangrijke reflectie is dat bepaalde elementen die tijdens de waarde-engineering werden geschrapt, nu toch zinvolle investeringen blijken te zijn. 

Maar over het algemeen zijn de resultaten positief. Er komen nu 10% meer mensen op kantoor werken, wat een belangrijk doel was. Dat niet elke ruimte een even groot succes is, dat was te verwachten: het was immers de bedoeling om het concept te testen en mettertijd aan te passen. 

Sommige functies, zoals de lifestyleruimtes, zijn een schot in de roos. Ze stimuleren nieuwe vormen van activiteiten en community’s op de werkplek. Meer algemeen vinden gebruikers het fijn dat ze uit verschillende omgevingen kunnen kiezen om een specifieke taak uit te voeren. 

5/ Op welke manier voldoet zachte vloerbekleding aan de diverse noden, waaronder die van neurodivergente gebruikers? En waar schiet ze tekort?

Zachte vloerbekleding ondersteunt diverse noden op verschillende manieren, en vooral op akoestisch vlak. Omdat dit een van de grootste oppervlakken in een ruimte is, speelt ze een hoofdrol in het dempen van geluid. En dat is vooral waardevol voor neurodivergente gebruikers, die vaak gevoeliger zijn voor geluid. 

Daarnaast kan de vloerbekleding ook een handige navigatietool zijn. Door subtiele contrasten tussen zachte en harde vloeren te creëren, kunnen designers de beweging doorheen een ruimte begeleiden en sturen. Tegelijkertijd is het ook belangrijk om kleuren en patronen eerder neutraal en rustig te houden. Overdreven complexe designs kunnen overweldigend en storend zijn, vooral voor gebruikers die visueel gevoeliger zijn. 

Als je ze slim uitkiest, kan zachte vloerbekleding meer comfort, duidelijkheid en gebruiksgemak bieden. Dat betekent echter wel dat je goed moet nadenken over het patroon, het contrast en de indeling, om overprikkeling te voorkomen.

Image
Modus' Fade Carpet Tile Collection

Op het kruispunt van innovatie en werkplekstrategie met Arwa Chaklasi

1/ Hoe veranderen slimme bouwsystemen de manier waarop mensen ruimtes dagelijks gebruiken? 

Het belangrijkste is dat mensen hun ruimtes dankzij slimme gebouwen niet meer zelf moeten regelen. Wanneer systemen volledig zijn geïntegreerd met sensoren en automatisering, passen lampen, temperatuur en luiken zich automatisch aan. Gebruikers moeten daar dus niet meer zelf aan denken. En dat is best bevrijdend, zeker als je bedenkt dat de meeste mensen de juiste instellingen niet eens kennen. 

Neem nu verlichting. De lampen gaan aan zodra iemand de kamer binnenstapt en gaan weer uit zodra die persoon vertrekt. Verwarming, airco en ventilatie schakelen in real time, op basis van gebruik, het moment van de dag, de zon en het weer. Eén druk op de knop volstaat om je vergaderruimte klaar te maken, met de juiste verlichting, eventueel luiken en instellingen voor bijvoorbeeld video calls. 

Mensen moeten de ruimte dus niet meer actief bedienen maar gaan ze gewoon ‘beleven’, omdat het gebouw automatisch inspeelt op hun noden. 

2/ Hoe brengen ontwerpers datagestuurde besluitvorming in balans met op intuïtie en mensen gericht design? 

Data kunnen heel goed tonen wat er gebeurt. Maar ze geven zelden een verklaring. En het is precies daar dat intuïtie, empathie en directe menselijke interactie een hoofdrol gaan spelen. 

Data gaan je bijvoorbeeld vertellen dat een lounge weinig wordt gebruikt. Maar waarom, daar heb je het raden naar. Via observatie en gesprekken ga je misschien ontdekken dat er te weinig privacy of comfort is, waardoor mensen er wegblijven. 

De balans zit ‘m dan in het gebruik van data om patronen te zien, om vervolgens te vertrouwen op menselijk inzicht om daarmee aan de slag te gaan en ruimtes te ontwerpen die optimaal inspelen op de emoties en het gedrag van mensen. 

3/ Wat is de impact van AI op de werkvloer nu, en wat mogen we verwachten in de toekomst? 

Tot nu toe werd AI ingezet om de efficiëntie te vergroten en de besluitvorming te ondersteunen. Het helpt bij de automatisering van repetitieve taken, de snelle analyse van grote datavolumes en de optimalisatie van systemen zoals energieverbruik of ruimteplanning. In dat opzicht verbetert het dus al de werking van kantoren achter de schermen. 

In de toekomst zal de impact van AI zichtbaarder en meer mensgericht worden. Het zal evolueren van een ondersteunende tool naar een systeem dat de kantoorbeleving actief en in real time vormgeeft. Ruimtes zullen beter voorspelbaar en aanpasbaar worden, waarbij ze anticiperen op behoeften volgens gedrag, voorkeuren en patronen. 

Maar net als met data, ontbreekt het AI nog steeds aan echt inzicht in menselijke context en emoties. De waarde schuilt dan ook in een slimme combinatie met menselijke inzichten, creativiteit en empathie. AI zal mensen dus niet vervangen. Maar we gaan wel naar een toekomst met meer responsieve, gepersonaliseerde omgevingen waar technologie en menselijke ervaring samenwerken. 

4/ Hoe zorg je ervoor dat de menselijke ervaring centraal blijft staan in een door technologie gedreven werkruimte? 

Het gaat erom te ontwerpen met het oog op zowel emotionele als functionele noden. Technologie is nodig. Maar ze zou naadloos en bijna onzichtbaar moeten zijn, om de ruimte te ondersteunen in plaats van ze te definiëren. 

Het is belangrijk om niet alleen te focussen op menselijke inbreng en data, maar ook op de omgevingsfactoren die bepalen hoe mensen zich voelen. Dingen zoals daglicht, materialiteit, akoestiek en toegang tot privacy spelen een essentiële rol. Het gaat niet alleen om hoe mensen werken, maar ook om hoe ze een ruimte beleven. Uiteindelijk zorgt de inrichting van diverse comfortabele, evenwichtige omgevingen ervoor dat mensen zich op hun gemak voelen, en dat is wat de menselijke beleving écht verbetert. 

5/ Je hebt ervaring in de MENA-regio. Zie je daar in kantoren specifieke voordelen opkomen die interessant zijn voor de rest van de wereld? 

Een van de grootste troeven die ik kan aanhalen op basis van mijn ervaring in de MENA-regio en vooral Dubai, is de grote diversiteit op de werkvloer. Met ruim 200 nationaliteiten zie je er een grote waaier aan culturen, werkstijlen en verwachtingen rond hiërarchie, privacy en samenwerking. 

Die diversiteit is de motor achter een grote focus op inclusief design. Het gaat dan niet alleen om demografie, maar ook om inzicht in individuele noden, waaronder welzijn en neurodiversiteit. 

Kantoren worden dus flexibeler. Open kantoren zie je nog steeds, maar je vindt er nu ook stillere zones, focusruimtes en pods voor mensen die liever op een andere manier werken. We stappen duidelijk af van een one-size-fits-all-aanpak. Ruimtes worden nu zo ontworpen dat ze zich aanpassen aan hun gebruikers, en dat is iets waar andere regio’s uit kunnen leren.

Image
Haelo Carpet Tile Collection Lume 542 made with Thrive® matter yarn

Een gids voor future-proof werkplekken met Kay Sargent

1/ Hoe belangrijk zijn akoestiek, tactiliteit en materiële warmte op vloerniveau voor cognitieve prestaties in verschillende levensfasen, en welke rol spelen ze?

Uit tien jaar onderzoek naar neurodiversiteit, sensorische verwerking en cognitief welzijn blijkt dat akoestiek het onderwerp is dat mensen het vaakst noemen. De sleutel is niet om ruimtes volledig stil te maken, maar om geluidsabsorptie te verbeteren. Zachte vloerbekleding helpt om geluid te verminderen, voetstappen te dempen en een warmere, comfortabelere sfeer te creëren. 

Vloeren spelen ook een belangrijke rol bij wayfinding en het definiëren van zones. Veranderingen in patroon of materiaal kunnen mensen helpen een ruimte beter te begrijpen, vooral in open plattegronden. Maar balans is belangrijk. Te veel harde vloer kan akoestische problemen veroorzaken, terwijl te veel tapijt ook beperkend kan zijn. De beste aanpak is om vloerbekleding strategisch in te zetten om akoestiek, oriëntatie en comfort te ondersteunen.

Nog een punt: AI kan ruimtes genereren die er aantrekkelijk uitzien, maar houdt vaak geen rekening met hoe mensen zich er werkelijk in zullen voelen. Vloeren en verlichting zijn twee domeinen waar menselijk inzicht nog steeds essentieel is. 

2/ Wat is het eerste materiaal of element dat ontwerpers moeten overwegen bij het creëren van een werkruimte? 

Kleur is een van de belangrijkste vertrekpunten. Natuurlijke tinten, texturen en patronen zorgen ervoor dat een ruimte organischer en comfortabeler aanvoelt, in tegenstelling tot steriel witte omgevingen die zelden in de natuur voorkomen. 

Vloer en wandmaterialen spelen hierbij een belangrijke rol. Een vloerkleed of een verandering in het vloerpatroon kan bijvoorbeeld zones definiëren, mensen helpen zich te oriënteren in een ruimte en een interieur meer verankerd laten aanvoelen. Zonder dit kan meubilair aanvoelen alsof het zweeft in een ongedefinieerde omgeving. 

Een doordacht gebruik van kleur, textuur en vloerbekleding helpt om ruimtes te creëren die natuurlijker en beter gestructureerd aanvoelen. 

3/ Hoe moeten we de levenscyclus, circulariteit en vervangingscycli herdenken bij het specificeren van tapijttegels of kamerbreed tapijt voor de komende 15 tot 20 jaar? 

De manier waarop veel werkplekken vandaag met hun interieur omgaan, is niet duurzaam. In corporate projecten is het gebruikelijk om alles te verwijderen en te vervangen, zelfs wanneer veel materialen nog jaren mee kunnen. Dit creëert onnodige afvalstromen en kosten. 

In plaats daarvan zouden we ons moeten richten op het verlengen van de levensduur van materialen. Veel vloerproducten zijn vandaag ontworpen om lang mee te gaan. Strategieën zoals het roteren van tapijttegels of het vervangen van slechts bepaalde zones kunnen hun gebruik aanzienlijk verlengen. 

Duurzaamheid betekent ook dat we onze gewoontes moeten herdenken. In plaats van materialen te vroeg weg te gooien, moeten we kijken naar hergebruik, herbestemming en recyclage aan het einde van hun levenscyclus. 

Het doel is om een circulair systeem te creëren waarin materialen zo lang mogelijk in gebruik blijven en nadien opnieuw kunnen worden geïntegreerd in nieuwe producten. 

Een groot deel hiervan heeft dus met gewoontes te maken. We moeten nadenken over hoe we materialen aan het einde van hun levensduur opnieuw kunnen inzetten. Dat is cruciaal. En we moeten ervoor zorgen dat het systeem echt circulair wordt, waarbij gerecycleerde materialen opnieuw in de productcyclus terechtkomen en zo een voortdurende kringloop vormen. 

4/ Stephen Hawking zei ooit dat de twee grootste bedreigingen voor de mensheid een grote asteroïde en autonome AI waren. Wat is jouw perspectief daarop? 

AI brengt zowel optimisme als bezorgdheid met zich mee. Mensen die naar de komende vijf jaar kijken, zien vaak het positieve potentieel ervan. Wie veertig jaar vooruit denkt, beschouwt het eerder als een mogelijk existentieel risico.

De echte uitdaging is dat we nog niet volledig weten waar deze technologie ons zal brengen. Hoewel veel mensen AI met goede intenties zullen gebruiken, kan zelfs een kleine groep kwaadwillenden met krachtige tools grote problemen veroorzaken. Tegelijk nemen veel organisaties AI snel in gebruik uit angst om achter te blijven, vaak zonder de gevolgen volledig te begrijpen. 

De sleutel is om nieuwsgierig te blijven en de mogelijkheden te verkennen, maar AI wel bewust en verantwoordelijk te gebruiken. Menselijk oordeel en kritisch denken blijven essentieel om te bepalen hoe en wanneer we deze technologie inzetten.

Image
Contextual Image Blog From Waste to Resource